De pensioenkloof totaal pensioen naar aantal jaren werk

De opbouw van een aanvullend pensioen is onlosmakelijk verbonden met iemands tewerkstelling. We kunnen dan ook verwachten dat de hoogte van het totaal pensioen positief samenhangt met de lengte van de loopbaan. We meten de loopbaanlengte op basis van het aantal samengedrukte gewerkte jaren. Meer details vind je op ‘Pensioenkloof aanvullend pensioen naar aantal jaren werk’ of in de methodologie. 

Deze kerncijfers hebben enkel nog betrekking op recent gepensioneerden met enkel een rustpensioen als werknemer. Het totale pensioenbedrag is de optelsom van het wettelijk rustpensioen en het aanvullend pensioen (omgezet in een maandelijkse rente). Meer informatie hierover vind je op ‘De pensioenkloof totaal’ en in de methodologie. De totale pensioenkloof wordt berekend voor iedere recent rustgepensioneerde werknemer, dus met of zonder een aanvullend pensioen. 

Vrouwen hebben minder lange loopbanen dan mannen. Zijn de man-vrouwverschillen in de hoogte van het totale pensioen deels het gevolg van verschillen in de lengte van de loopbaan? Om deze vraag te beantwoorden, verdelen we de recent gepensioneerde werknemers op basis het aantal samengedrukte gewerkte jaren. 

De genderverschillen in de hoogte van het totaal pensioen zijn kleiner naarmate mannen en vrouwen meer gewerkte jaren hebben  

Onderstaande grafiek geeft de pensioenkloof totaal pensioen weer voor recent gepensioneerde werknemers naar geslacht en aantal jaren werk (in klassen van vijf jaar).  

Kijken we eerst naar de pensioenkloof voor recent rustgepensioneerden met 35-39 gewerkte jaren op de teller. Het gemiddeld totaal pensioen van mannen en vrouwen in deze klasse bedraagt respectievelijk 2.348 euro en 2.114 euro. Dat is een totale pensioenkloof van 10% en die is even groot als de wettelijke pensioenkloof. De aanvullende pensioenen hebben dus weinig tot geen impact op de pensioenkloof bij recent rustgepensioneerden met 35 tot 39 gewerkte jaren.  

Nemen we nu de pensioenkloof in de andere klassen onder loep. We stellen ten eerste – zoals te verwachten – een positief verband vast tussen de hoogte van het gemiddeld totaal pensioen en de lengte van de loopbaan en dit zowel bij mannen als vrouwen. Ter illustratie: mannen/vrouwen met 20-24 gewerkte jaren ontvangen gemiddeld 1.756/1.502 euro terwijl mannen/vrouwen met 40-45 gewerkte jaren gemiddeld 2.650/2.357 euro ontvangen.  

Voorts vinden we een negatief verband tussen de lengte van de loopbaan en de pensioenkloof. Anders verwoord: naarmate mannen en vrouwen meer gewerkte jaren hebben, daalt de pensioenkloof. De pensioenkloof bedraagt 17% bij recent rustgepensioneerden met 10-14 gewerkte jaren ten opzichte van 10% bij recent rustgepensioneerden met 35-39 gewerkte jaren. De man-vrouwverschillen in de hoogte van het totale pensioen zijn dus kleiner bij de werknemers met een lange loopbaan. Let wel, er zijn relatief meer vrouwen met weinig gewerkte jaren op de teller. Daarom is de totale pensioenkloof voor alle gepensioneerde werknemers aanzienlijk groter (28%) dan de kloof bij mannen/vrouwen met heel wat gewerkte jaren.  

Uiteraard bouwden niet alle recent gepensioneerde werknemers ook aanvullend pensioen op. Bij de recent gepensioneerden die ‘25-29 jaar’ werkten, krijgt bijvoorbeeld 85% van de mannen en 80% van de vrouwen een aanvullend pensioen. De participatiegraden voor alle categorieën vind je op Pensioenkloof aanvullend pensioen naar aantal jaren werk’. Daarom kan je de grafiek filteren en naast de populatie van alle recent gepensioneerde werknemers ook enkel de recent gepensioneerden mét (of zonder) aanvullend pensioen bekijken.  

Pensioenkloof totaal pensioen naar loopbaanlengte op basis van mediaan 

Ook hier bekijken we de pensioenkloven nog op basis van het mediane totaal pensioen. De helft van elke populatie krijgt een totaal pensioen dat hoger is dan de mediaan, de andere helft zit daar onder. Als we deze grafiek vergelijken met de vorige, valt onmiddellijk op dat er voor alle groepen een verschil is tussen de gemiddelde en mediane pensioenwaardes. Dit is een gevolg van de ongelijke verdeling van de aanvullende pensioenen. 

Bij de recent gepensioneerde werknemers met kortere loopbanen (15-19 gewerkte jaren en 20-24 gewerkte jaren) is het mediaan totaal pensioen voor vrouwen (respectievelijk 1.460 en 1.601 euro) iets hoger dan hun gemiddeld totaal pensioen (respectievelijk 1.324 en 1.502  euro). Het gemiddelde wordt dus wat naar omlaag getrokken door zogenaamde uitlopers bij de lage pensioenbedragen.  

Bij de recent gepensioneerde werknemers met langere loopbanen (35-39 gewerkte jaren en 40-44 gewerkte jaren) is het mediaan totaal pensioen voor vrouwen (respectievelijk 1.976 en 2.284 euro) lager dan hun gemiddeld totaal pensioen (respectievelijk 2.114 en 2.357 euro). Het gemiddelde wordt hier dus naar omhoog getrokken door zogenaamde uitlopers bij de hoge pensioenbedragen.  

Aandeel van het aanvullend pensioen in het totaal pensioen naar aantal jaren werk 

In onderstaande grafiek splitsen we het gemiddeld totaal pensioen in het gemiddeld wettelijk en aanvullend pensioen. Dit doen we voor elke loopbaanlengte en uiteraard voor vrouwen en mannen afzonderlijk.  

We zien meteen dat het belang van het aanvullend pensioen in het pensioeninkomen groter wordt als de loopbaan langer wordt. Zo is het aandeel van het aanvullend pensioen in het totaal pensioen bij gepensioneerden met een korte loopbaan (20-24 gewerkte jaren) bijvoorbeeld  1,9 % (33/1.756) voor de mannen en 1,3 % (20/1.502) voor de vrouwen. Dat aandeel is aanzienlijk groter bij gepensioneerden met een lange loopbaan (40-44 gewerkte jaren). Het aandeel van het aanvullend pensioen in het totaal pensioen is bij deze mannen gemiddeld 11 % (300/2.650) en bij deze vrouwen gemiddeld 9 % (213/2.357). Het aanvullend pensioen is voor de gepensioneerden die lang werkten dus een belangrijk onderdeel van het totaal pensioen. 

Hoe dan ook, het aandeel van het aanvullend pensioen is in elke klasse gemiddeld (veel) kleiner voor vrouwen in vergelijking met mannen.  

Niet iedereen in onze populatie heeft een aanvullend pensioen. Daarom kan je ook deze grafiek filteren en naast de populatie van alle recent rustgepensioneerden ook enkel de recent gepensioneerden mét (of zonder) aanvullend pensioen bekijken.  

 

Bij gepensioneerde werknemers met 25 tot 29 loopbaanjaren op de teller, vermindert de totale pensioenkloof tussen 2021 en 2022 met 6%

In 2022 bedraagt de pensioenkloof totaal pensioen voor gepensioneerde werknemers met 25 tot 29 loopbaanjaren op de teller 15%, een daling van 6% ten opzichte van 2019. Het is belangrijk op te merken dat deze kloof lager is dan die van de totale groep recent gepensioneerde werknemers (28% in 2022).

Voor een gedetailleerde analyse van de pensioenkloof naar aantal gewerkte jaren is er een interactieve grafiek. U kunt de gewenste loopbaanduur selecteren en de trends van 2019-2022 bekijken. Per jaar (2019-2022) kan u de pensioenkloof voor elke categorie (balk) vergelijken met de pensioenkloof voor alle recent rustgepensioneerden ongeacht het statuut (lijn).

Meer in detail - pensioenkloof totaal pensioen naar achtergrondkenmerken

Om beter te begrijpen hoe het totale pensioen verdeeld is onder mannen en vrouwen en welke mogelijke oorzaken aan de basis liggen van deze pensioenkloof, presenteren we de pensioenkloof bij recent rustgepensioneerden ook naar pensioen- en persoonskenmerken. Voor de recent rustgepensioneerden met enkel een pensioen als werknemer bekijken we de totale pensioenkloof ook naar enkele loopbaankenmerken.

Totale pensioenkloof naar pensioenkenmerken

Totale pensioenkloof naar persoonskenmerken

Totale pensioenkloof naar loopbaankenmerken
recent rustgepensioneerden met enkel een rustpensioen als werknemer

Methodologie

Downloads